ECLI:NL:RBZWB:2018:7374
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 05-03-2018 · zaaknummer 02-984820-06
Inhoudsindicatie
Verdachte werd eerder veroordeeld voor overtreding van artikel 2 OW, medeplegen van voorbereidingshandelingen t.a.v. een feit als bedoeld in art. 10 OW, deelname aan een criminele organisatie, gewoontewitwassen en medeplegen van witwassen, meermalen gepleegd. Door de officier van justitie is ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel gevorderd. Door middel van een kasopstelling is geschat dat verdachte € 812.995,55 aan wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten. Na matiging van dit bedrag wegens een overschrijding van de redelijke termijn wordt aan verdachte de verplichting opgelegd om aan de staat een geldbedrag ter grootte van € 718.995,55, ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel te betalen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
