ECLI:NL:RBZWB:2018:7316
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20-12-2018 · zaaknummer BRE_17/3024_17/3025
Inhoudsindicatie
Art. 25, derde lid, Algemene wet inzake rijksbelastingen Aan belanghebbende is een aanslag IB/PVV en een aanslag ZVW opgelegd, gebaseerd op een door de inspecteur gemaakte kasopstelling. De inspecteur maakt aannemelijk dat belanghebbende voor het onderhavige jaar een bedrag van tenminste € 27.725 niet als inkomen heeft aangegeven. Daardoor is de vereiste aangifte niet gedaan. De bewijslast is terecht omgekeerd en verzwaard. De aanslagen berusten op een redelijke en niet willekeurige schatting. De aanslag ZVW wordt verminderd tot het maximum. Belanghebbende heeft niet doen blijken dat de aanslagen voor het overige te hoog zijn vastgesteld. Onvoldoende is de strafrechter het wederrechtelijk verkregen voordeel in verband met het (tezamen met anderen) telen en bewerken van hennep op een lager bedrag heeft vastgesteld. De boete wegens (voorwaardelijk) opzet is ook terecht opgelegd, maar wordt wel verminderd in verband met overschrijding van de redelijke termijn.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
