ECLI:NL:RBZWB:2018:3745
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29-06-2018 · zaaknummer BRE - 17 _ 1688
Inhoudsindicatie
Art. 3.154 Wet IB; art. 27 Belastingverdrag Nederland-België; art. 45 VWEU; algemene beginselen van behoorlijk bestuur; Belanghebbende woont in Nederland en werkt in dienstbetrekking in België. Bij het opleggen van de aanslagen IB 2011 tot en met 2013 is aan belanghebbende voorkoming van dubbele belasting verleend voor het gehele bedrag van de in Nederland verschuldigde IB. De rechtbank is van oordeel dat de inspecteur terecht het verzoek van belanghebbende om een middelingsteruggaaf over de jaren 2011 tot en met 2013 heeft afgewezen. De middelingsteruggaaf moet o.g.v. art. 3.154, lid 6, Wet IB op nihil worden gesteld. De compensatieregeling van art. 27 van het Belastingverdrag Nederland-België maakt dat niet anders, omdat de hoogte van deze tegemoetkoming wordt bepaald door de jaarlijkse netto inkomensachteruitgang. Van schending van art. 45 VWEU is geen sprake, omdat de mogelijkheid tot middeling is aan te merken als een dispariteit tussen het Nederlandse en het Belgische belastingstelsel. Het beroep van belanghebbende op het gelijkheidsbeginsel en het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
