ECLI:NL:RBZWB:2018:3329
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24-05-2018 · zaaknummer AWB - 17 _ 176
Inhoudsindicatie
Art. 1, eerste lid, aanhef en onderdeel 1, Successiewet 1956 Na het overlijden van erflater is onduidelijkheid ontstaan over de uitleg van zijn testament. Tussen belanghebbenden – een halfzus en een halfbroer van erflater – en een stichting is een discussie ontstaan over de vraag wie de erfgename(n) van erflater is of zijn. Om deze discussie te beëindigen, hebben zij een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de stichting als enig erfgenaam is genoemd, de gehele erfenis ontvangt en belanghebbenden elk een bedrag van de stichting ontvangen. In geschil is of de betalingen die belanghebbenden van de stichting hebben ontvangen voor hen een verkrijging krachtens erfrecht vormen in de zin van art. 1, eerste lid, aanhef en onderdeel 1, van de Successiewet 1956 en of de bestreden aanslagen aldus terecht aan hen zijn opgelegd. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend onder verwijzing naar BNB 1954/179 en BNB 1970/120. Beroepen ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
