ECLI:NL:RBZWB:2018:3322
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 07-06-2018 · zaaknummer AWB - 16 _ 7257
Inhoudsindicatie
Overdrachtsbelasting / Art. 15, lid 1, onderdeel a, Wet BvR. Begrip ‘bouwterrein’ in de zin van de Btw-richtlijn. Belanghebbende, een BV, heeft een perceel grond gekocht en verkregen waarop een woonhuis en een pluimveebedrijf staan. Ter zake van deze verkrijging heeft zij overdrachtsbelasting voldaan, maar tegen de voldoening bezwaar gemaakt en om teruggaaf gevraagd. Zij is van mening dat het verkregene een “bouwterrein” in de zin van de Btw-richtlijn is zodat de verkrijging is vrijgesteld van de heffing van overdrachtsbelasting. De rechtbank overweegt dat om te kunnen spreken van een “bouwterrein” in de zin van de Btw-richtlijn, sprake moet zijn van een verplichting voor de verkopende partij om de op het perceel aanwezige opstallen te slopen. Uit de onderliggende koopovereenkomsten en correspondentie tussen partijen blijkt niet van een dergelijke verplichting. Van een “bouwterrein” in voormelde zin is dus geen sprake. Belanghebbendes beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin omdat de inspecteur niet, althans onvoldoende duidelijk, is teruggekomen van zijn expliciete standpunt dat geen sprake is van een “bouwterrein” in de zin van de Btw-richtlijn. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
