ECLI:NL:RBZWB:2018:2089
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 04-04-2018 · zaaknummer 6688219
Inhoudsindicatie
Kort Geding – relatiebeding – gelding beding – spoedeisend belang – belangenafweging – voorschot schade. Voor twee ex-werknemers geldt een gelijkluidend relatiebeding. Na belangenafweging worden voorzieningen t.a.v. de meewerkend voorman gegeven en t.a.v. de steigerinpakker geweigerd. Weliswaar heeft de voorman onder dreiging met ontslag op staande voet getekend voor het einde van zijn dienstverband, maar de werkgever kan daarvan geen verwijt worden gemaakt omdat de voorman financiële onregelmatigheden had begaan. Het argument dat de voorman de vaststellingsovereenkomst niet heeft begrepen, wordt verworpen, aangezien hij ex art. 7:670b BW binnen veertien dagen had kunnen ontbinden, maar dat niet heeft gedaan. De voorman had destijds alle aanleiding om rechtsbijstand te zoeken en de termijn van veertien dagen is in de vaststellingsovereenkomst vermeld. De voorman kan daarom worden gehouden aan het relatiebeding. Omdat de voorman een sommatie na constatering van de overtreding van het relatiebeding naast zich neer heeft gelegd, heeft de werkgever voldoende spoedeisend belang bij een bevel en gebod als gevorderd. Het is duidelijk dat de werkgever zijn schade op een veel te hoog bedrag stelt, zodat een voorschot wordt geweigerd.
Rechters
Advocaten
- D.F.M. Snelder
- P.R.L.V.M. Kruik
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
