ECLI:NL:RBZWB:2018:2022
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-03-2018 · zaaknummer BRE - 16 _ 8449
Inhoudsindicatie
Artikel 3.54, lid 5 onderdeel b, Wet IB 2001 / Vrijval herinvesteringsreserve (HIR)? Belanghebbende heeft een HIR gevormd. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende niet aannemelijk heeft gemaakt dat binnen de driejaarstermijn een begin van uitvoering is gegeven aan een herinvestering. Nu daarvan geen sprake is, behoeft de vraag of sprake is van voormelde bijzondere omstandigheid geen behandeling meer. Ten overvloede overweegt de rechtbank dat eerst alles willen verkopen om een overzicht te krijgen van de mogelijke financiering van een herinvestering geen relevante bijzondere omstandigheid is die termijnverlenging rechtvaardigt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
