Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWB:2017:68

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 11-01-2017 · zaaknummer BRE - 16 _ 637

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 10-01-2017
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 5.2 van de Wet IB 2001. Proefprocedure forfaitaire rendementsheffing box 3 jaar 2014. Belanghebbende bezit onder andere bank- en spaartegoeden. Belanghebbende voert aan dat voor spaartegoeden een heffing over een forfaitair rendement van 4% in strijd is met artikel 1 EP EVRM omdat dat rendement voor spaartegoeden te veel afwijkt van zowel het reële als het nominale rendement. De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de forfaitaire rendementsheffing voor de jaren 2010 en 2011 niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM. De rechtbank ziet in wat belanghebbende heeft aangevoerd geen aanleiding om voor het onderhavige jaar 2014 anders te oordelen. Belanghebbende legt sterk de nadruk op de hoogte van de heffing over spaartegoeden in relatie tot de rendementen op spaartegoeden. De rechtbank is van oordeel dat dit een onjuist perspectief is. Aangezien de wetgever niet heeft gedifferentieerd tussen de verschillende vormen van bezittingen, past het niet om bij de beoordeling van de box 3-regelgeving een eenzijdige focus te leggen op één soort bezitting. Verder blijkt uit de wetsgeschiedenis dat de wetgever bij het forfaitaire rendement van 4% heeft gedacht aan het reële rendement op staatsobligaties. De overige door belanghebbende aangevoerde gegevens zijn onvoldoende om te kunnen oordelen dat voor het onderhavige jaar geldt dat vastgesteld kan worden dat het voor een lange reeks van jaren veronderstelde rendement van 4% voor particuliere beleggers niet meer haalbaar is. De rechtbank wijst er voorts op dat indien er veronderstellenderwijs van zou worden uitgegaan dat met betrekking tot het onderhavige jaar er voor het eerst wel sprake van zou zijn geweest dat de bedoelde onhaalbaarheid, het binnen de ruime beoordelingsmarge van de wetgever valt dat de wetgever niet onmiddellijk tot wijziging van de box 3-heffing is overgegaan. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [belanghebbende]

    belanghebbende · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.