ECLI:NL:RBZWB:2017:5805
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 06-09-2017 · zaaknummer BRE - 16 _ 7573
Inhoudsindicatie
Artikel 5.2 van de Wet IB 2001; forfaitaire rendementsheffing box 3 jaar 2015. Belanghebbende bezit onder andere bank- en spaartegoeden. Belanghebbende voert in de kern aan dat spaarders en beleggers ten onrechte hetzelfde worden behandeld en dat de wetgever voor spaarders een ander systeem had kunnen en moeten kiezen om zijn doelstellingen te behalen. De rechtbank oordeelt dat de forfaitaire rendementsheffing voor het jaar 2015 niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM. De keuze om spaarders en beleggers gelijk te behandelen in box 3 ligt binnen de ruime beoordelingsmarge die de wetgever heeft. Voorts oordeelt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een individuele buitensporige zware last bij belanghebbende. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
