ECLI:NL:RBZWB:2017:5804
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 06-09-2017 · zaaknummer BRE - 16 _ 5076
Inhoudsindicatie
Artikel 5.2 van de Wet IB 2001; forfaitaire rendementsheffing box 3 jaren 2014 en 2015. Belanghebbende bezit onder andere bank- en spaartegoeden. De rechtbank oordeelt dat de forfaitaire rendementsheffing voor de jaren 2014 en 2015 niet in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Voorts oordeelt de rechtbank dat niet aannemelijk is geworden dat sprake is van een individuele buitensporige zware last bij belanghebbende. Dat het verschuldigde box 3-belastingbedrag hoger is dan het inkomen uit spaartegoeden in deze jaren, is onvoldoende, gelet op het overige inkomen en het overige vermogen, waaronder de eigen woning ter zake waarvan per saldo geen inkomstenbelasting wordt geheven. Beroepen ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
