ECLI:NL:RBZWB:2017:2459
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26-04-2017 · zaaknummer 16/2355
Inhoudsindicatie
Artikel 3.90 Wet IB 2001 (ROW). Belanghebbende is bestuurder van een zorginstelling en heeft tevens zeggenschap in de zorgmanege die in een aparte stichting is ondergebracht. Zijn dochter is na haar afstuderen als psychologe in dienstbetrekking gaan werken bij de zorgmanege. Zijn dochter woonde zowel voor als na haar afstuderen in een woning bij de zorgmanege. De rechtbank verwerpt de stelling van de inspecteur dat de zorgmanege in feite een hobby is van belanghebbende. Wel is het voordeel dat de dochter heeft genoten belastbaar bij belanghebbende. De dochter had (samen met een vriendin) de vrije beschikking over minstens 2 paarden, waarmee zij hadden getraind en op wedstrijden hadden uitgebracht. Daarnaast heeft de dochter de woning bij de zorgmanege voordelig kunnen bewonen. Het door de dochter genoten voordeel bedraagt ongeveer € 14.000. De inspecteur heeft de door hem in aanmerking genomen correctie met betrekking tot de zorgmanege van ongeveer € 216.000 voor het meerdere niet aannemelijk gemaakt.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
