ECLI:NL:RBZWB:2017:1752
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 23-03-2017 · zaaknummer BRE - 16 _ 8586
Inhoudsindicatie
BRE 16/8586 Leges; artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening; aan belanghebbende is in verband met een aanvraag omgevingsvergunning leges in rekening gebracht. De gemeenteraad heeft bij besluit in 2011 een nieuw bestemmingsplan vastgesteld maar dit is door de Raad van State vernietigd. Kan legesheffing? De rechtbank oordeelt ambtshalve dat zij bevoegd is een inhoudelijk oordeel te geven. De term invorderen in artikel 3.1, vierde lid, van de Wro omvat volgens de rechtbank ook het heffen van leges. Naar het oordeel van de rechtbank is de sanctie van artikel 3.1, vierde lid, van de Wro niet van toepassing. Door het vaststellen van een nieuw bestemmingsplan wordt al voldaan aan de actualiseringsverplichting en is de tienjaarstermijn in artikel 3.1, vierde lid, van de Wro nog niet verstreken. Dat voor het perceel van belanghebbende ten tijde van de aanvraag nog het bestemmingsplan 1997 gold is dus niet van belang. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
