ECLI:NL:RBZWB:2016:7993
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 15-12-2016 · zaaknummer BRE - 15 _ 4746
Inhoudsindicatie
Art. 33, lid 7 (tekst 2008, inmiddels art. 31, lid 8) Wet OB De inspecteur heeft de brief van belanghebbende onterecht aangemerkt als een bezwaar tegen de aangifte OB over het tweede halfjaar 2008, nu er sprake was van een nihilaangifte. De brief had moeten worden aangemerkt als een verzoek om teruggaaf van OB. Belanghebbende stelt dat zij dit verzoek niet eerder kon doen, omdat zij niet eerder over een factuur beschikte. Het is echter aan belanghebbende zelf te wijten dat zij aan de leverancier heeft betaald zonder dat aan haar een factuur was uitgereikt. Daar komt bij dat niets haar belette om bij of vóór het doen van aangifte de aftrek van de onderhavige OB bij de inspecteur aan de orde te stellen. Het verzoek om teruggaaf is daarom te laat ingediend en terecht niet-ontvankelijk verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
