ECLI:NL:RBZWB:2016:7528
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 29-11-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 5619
Inhoudsindicatie
Artikel 15e Wet Vpb. Artikel 3.54 Wet IB. Tot de fiscale eenheid van belanghebbende behoorde in 2006 de gevoegde dochter X. X heeft in 2006 ter zake van de verkoop van pand A een HIR gevormd. In hetzelfde jaar zijn de aandelen van X overgedragen aan Y en is tevens de HIR geheel afgeboekt in verband met de aankoop van drie panden B,C,D van Y. De rechtbank is van oordeel dat nu Y niet beschikkingsbevoegd was om pand D juridisch over te dragen aan X, X niet voldaan heeft aan de boekwaarde-eis van artikel 3.54 tweede lid Wet IB, zodat de HIR in volle omvang aanwezig was bij de levering van de aandelen in X. De HIR is derhalve in 2006 vrijgevallen en op grond van artikel 15e Wet Vpb terecht tot de winst van de fiscale eenheid gerekend. Nu er sprake is van een nieuw feit met betrekking tot de beschikkingsonbevoegdheid van Y tot levering van het pand D aan X is er terecht over het jaar 2006 een navorderingsaanslag Vpb aan belanghebbende opgelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
