ECLI:NL:RBZWB:2016:7372
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 24-11-2016 · zaaknummer BRE - 16 _ 1373
Inhoudsindicatie
Beroep niet tijdig beslissen; artikelen 4:17 en 4:19 van de Awb (dwangsom); artikel 11 van de AWR; immateriëleschadevergoeding │ De heffingsambtenaar heeft na een onjuiste objectafbakening in bezwaar de WOZ-beschikking gedeeltelijk vernietigd en voor het deel dat is vernietigd een nieuwe WOZ-beschikking opgelegd. De rechtbank is van oordeel dat de nieuwe WOZ-beschikking rechtsgeldig is. Voorts oordeelt de rechtbank dat belanghebbende geen recht heeft op wettelijke rente over de dwangsom nu niet is gebleken dat de heffingsambtenaar in verzuim is met de betaling van de dwangsom. Ten slotte oordeelt de rechtbank dat voor de berekening van de redelijke termijn het bezwaarschrift tegen de nieuwe WOZ-beschikking als uitgangspunt dient te gelden. De vorige procedure is reeds op het moment van vernietiging tot een einde gekomen. Redelijke termijn is niet overschreden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
