ECLI:NL:RBZWB:2016:5618
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20-06-2016 · zaaknummer AWB - 15 _ 1066
Inhoudsindicatie
Crisisheffing. Belanghebbende is als gewezen inhoudingsplichtige op grond van artikel 32bd Wet op de Loonbelasting 1964 in verbinding met artikel 10f, lid 2 van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 de crisisheffing over het tijdvak maart 2014 verschuldigd. Naar het oordeel van de rechtbank is, gelet op alle feiten en omstandigheden, geen sprake van een individuele buitensporige last. De rechtbank heeft daarbij bijzonder gewicht toegekend aan de omstandigheid dat de crisisheffing minder dan 4,5% van de totale loonsom bedraagt. Al hetgeen namens belanghebbende daartegenover is aangevoerd – waaronder dat de BV inmiddels is opgehouden te bestaan en de heffing plaats vindt direct voorafgaand aan de pensionering van de directeur-grootaandeelhouder – weegt onvoldoende zwaar om tot een ander oordeel te komen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
