ECLI:NL:RBZWB:2016:5380
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 07-09-2016 · zaaknummer 4497910 CV EXPL 15-7555
Inhoudsindicatie
Procesrechtelijk: gedaagde partij stelt dat eisende partij niet ontvankelijk is omdat eiser reeds eerder in een vonnis een oordeel heeft gekregen over de rechtsverhouding. De kantonrechter wijst het beroep op art. 236 RV af. De eerdere uitspraak heeft alleen bindende kracht tussen die partijen; hier betreffende het andere partijen. Materieelrechtelijk: patiënt cedeert de nota van haar arts aan de arts zelf die op zijn beurt de nota ter vergoeding declareert bij de zorgverzekeraar. Die weigert de nota te voldoen omdat de patiënt een naturaverzekering heeft. De arts stelt dat er medisch noodzakelijke zorg is verleend die niet onder de overeenkomst tussen arts en zorgverzekeraar valt en dus op grond van de zorgverzekeringswet moet worden vergoed. Verwijzing naar een uitspraak van de College van Beroep voor het bedrijfsleven van 1 december 2015 ( ECLI:NL:CBB:2015:370). De kantonrechter volgt onder aanhaling van het vonnis van het Cbb het betoog van de arts en wijst de vordering toe.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
