ECLI:NL:RBZWB:2016:5272
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 26-08-2016 · zaaknummer 02-821566-14
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het doden van haar ex-partner door hem meermalen met een mes te steken, waarvan éénmaal in de buik en driemaal in de hals. Tevens heeft verdachte, samen met een ander, het stoffelijk overschot van het slachtoffer verpakt, vervoerd en in een natuurgebied begraven teneinde het feit van het overlijden te verhelen. De feitelijke toedracht voorafgaand aan het plegen van de doodslag, zoals door verdachte geschetst, acht de rechtbank niet aannemelijk, zodat het daarop gestoelde beroep van de verdediging op noodweer(exces) wordt verworpen. Eveneens wordt het beroep op psychische overmacht ten aanzien van het vervolgens wegmaken van het stoffelijk overschot verworpen. De rechtbank acht beide feiten en ook verdachte strafbaar. Verdachte wordt volledig toerekeningsvatbaar geacht voor de door haar gepleegde feiten. De rechtbank legt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 11 jaren op, met aftrek van voorarrest.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
