ECLI:NL:RBZWB:2016:3219
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 30-05-2016 · zaaknummer AWB 15_3696
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat tussen partijen niet in geschil is dat 10 leerlingen zonder (tijdige) pro-indicatie praktijkonderwijs volgden. Deze leerlingen waren gelet op artikel 10g, tweede lid, van de WVO niet toegelaten omdat er niet voor 1 oktober 2013 een aanvraag bij het RVC was ingediend. Gelet op het bepaalde in artikel 7a, tweede lid, van het Bekostigingsbesluit WVO worden deze leerlingen niet meegeteld als leerling van een school voor praktijkonderwijs. De uitzondering van artikel 7a, tweede lid en tweede volzin, van het Bekostigingsbesluit is niet van toepassing. De staatssecretaris was derhalve gehouden om deze 10 leerlingen niet mee te tellen voor de bekostiging. Dat later alsnog een pro-indicatie is afgegeven door de RVC maakt het voorgaande niet anders. Het beroep van eiseres op de schending van het evenredig¬heids¬beginsel gaat niet op. Geen geslaagd beroep op de hardheidsclausule. Beroep op vertrouwensbeginsel slaagt evenmin.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
