ECLI:NL:RBZWB:2016:1536
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 25-02-2016 · zaaknummer 4723428 MB VERZ 16-9
Inhoudsindicatie
Verweten gedraging betreft snelheidsovertreding Verweer: misbruik van kenteken. Officier van justitie te snel voorbijgegaan aan mogelijkheid tot heroverweging. De kantonrechter heeft geconstateerd dat het voertuig op de foto’s waarop de verweten gedragingen te zien zijn, twee uitlaten heeft. De kantonrechter heeft vastgesteld dat op de foto met het voertuig waarvan betrokkene aangeeft dat het haar voertuig is, slechts één uitlaat zichtbaar is. Betrokkene heeft aangegeven dat zij aangifte heeft kunnen doen nadat ook de andere sancties volgden. Zij heeft deze aangifte ook bij het beroep bij de kantonrechter gevoegd. Betrokkene heeft benadrukt dat zij inmiddels een ander kenteken voor haar voertuig heeft gekregen. De officier van justitie heeft ter zitting voorgesteld het beroep gegrond te verklaren. De officier van justitie heeft hierbij overwogen dat door de aangifte voldoende twijfel is ontstaan over de vraag of het voertuig waarmee de verweten gedraging begaan is ook het voertuig van betrokkene is. De officier van justitie heeft aangegeven dat het vernietigen van de sanctie bij het beroep bij de officier van justitie nog niet mogelijk was door het ontbreken van de aangifte. De door betrokkene aangevoerde omstandigheden, te weten dat haar voertuig niet ter plaatse van de constatering aanwezig geweest is, ondersteund door de aangifte van misbruik van het kenteken en de foto’s waaruit de verschillen tussen de voertuigen blijken, leiden tot het oordeel dat onvoldoende grond bestaat ervan uit te gaan dat betrokkene de verweten gedraging heeft begaan. Dit betekent dat het beroep gegrond wordt verklaard en de bestreden beslissing wordt vernietigd. De gestelde zekerheid dient aan betrokkene te worden terugbetaald als hierna in de beslissing is bepaald. De kantonrechter is van oordeel dat de officier van justitie in zijn redenering te snel voorbij is gegaan aan de mogelijkheid van een heroverweging. Uit artikel 9 lid 1 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften volgt dat het beroep op de kantonrechter wordt ingediend bij de officier van justitie. Deze procedure wijkt hiermee af van de in de Algemene wet bestuursrecht gestelde procedure. De kantonrechter overweegt dat hiervoor gekozen is zodat de officier van justitie een mogelijkheid tot heroverweging heeft alvorens de zaak door te sturen aan de kantonrechter. Deze handelswijze wordt bovendien bevestigd en aan betrokkenen kenbaar gemaakt door de informatie die gegeven wordt op de site van het CJIB www.cjib.nl/Onderwerpen/In-beroep-tegen-een-verkeersboete/niet-eens-met-de-beslissing-van-de-officier-van-justitie.aspx>. De kantonrechter stelt vast dat de officier van justitie in deze zaak zijn beslissing reeds had kunnen heroverwegen nadat de aanvullende aangifte werd ingestuurd bij het beroep op de kantonrechter. De kantonrechter is van oordeel dat het passeren van deze mogelijkheid ervoor heeft gezorgd dat de zaak onnodig op zitting moest worden geplaatst en dat betrokkene hierdoor onnodige kosten heeft moeten maken om de zaak toe te lichten.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
