ECLI:NL:RBZWB:2015:8035
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 28-10-2015 · zaaknummer 4262750-CV-EXPL-15-5150
Inhoudsindicatie
Voor de vraag of gedaagde buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is, is niet alleen van belang dat een aanmaning is verzonden zoals in artikel 6:96 lid 6 BW vermeld en dat gedaagde niet binnen de daarin gestelde termijn het volledige bedrag heeft betaald, maar dient ook te worden beoordeeld of de kosten in dit geval in redelijkheid gemaakt zijn. In dit verband verwijst de kantonrechter naar de uitspraak van de Hoge Raad van 13 juni 2014, gepubliceerd op Rechtspraak.nl onder nummer ECLI:NL:HR:2014:1405, rechtsoverwegingen 3.3 tot en met 3.5. Alle omstandigheden in aanmerking genomen is de kantonrechter van oordeel dat eiseres in redelijkheid onvoldoende aanleiding had het incassotraject voort te zetten en gedaagde daarvoor kosten in rekening te brengen. De vordering wordt afgewezen.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
