ECLI:NL:RBZWB:2015:6009
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 09-09-2015 · zaaknummer C/02/289134 / HA ZA 14-757
Inhoudsindicatie
De beslissing van de rechtbank in een renvooiprocedure in het faillissement van Luta BV om de vordering van een schuldeiser (de curator van BPD), gegrond op bestuurdersaansprakelijkheid van Luta BV, te erkennen heeft dezelfde kracht als wanneer de curator die vordering op de verificatievergadering zou hebben erkend. Een renvooiprocedure strekt aldus tot het verkrijgen van een declaratoire beslissing over de vraag of een vorderingsrecht jegens de failliet al dan niet aanwezig is en plaatsing op de lijst van erkende schuldvorderingen behoort te geschieden. De aard en strekking van de renvooiprocedure brengen mee dat het gezag van gewijsde van het vonnis in die procedure de rechten van curator, schuldeisers en failliet in het faillissement betreft en geen verdere werking heeft. De beslissing van de rechtbank tot erkenning van de vordering van de curator van BPD werkt dan ook niet door in de onderhavige procedure in die zin dat de bestuurdersaansprakelijkheid van Luta BV al zou vaststaan en daarmee, via artikel 2:11 BW, die van CVG BV c.s. Het gaat bij de toepassing van artikel 2:248 lid 2 BW om de verplichtingen van het bestuur om een deugdelijke administratie te voeren en jaarrekeningen tijdig openbaar te maken voor zover die de failliete vennootschap betreffen. Dat is in deze zaak BPD BV. De jaarrekening die volgens de curator te laat openbaar is gemaakt, is de jaarrekening over 2005. Deze jaarrekening betreft niet BPD BV maar Le Riche International BV, de vennootschap die op 1 augustus 2006 failliet is verklaard. BPD BV is een nieuwe vennootschap die in het kader van de doorstart na dat faillissement is opgericht, zoals de curator in zijn dagvaarding heeft uiteengezet. De verplichting tot publicatie van de jaarrekening over 2005 van Le Riche International BV is op Luta BV in haar hoedanigheid van bestuur van die vennootschap blijven rusten. Het inbrengen van de activa van die vennootschap in BPD BV heeft die verplichting niet doen overgaan op Luta BV in hoedanigheid van bestuur van BPD BV. De vordering van de curator op deze grondslag komt de rechtbank dan ook kennelijk ongegrond voor. De verweren van CVG BV c.s. kunnen onbesproken blijven. Overwegingen 3.5.3. t/m 3.5.5. bevatten de beoordeling van de rechtbank met de conclusie om onbehoorlijk bestuur als bedoeld in artikel 2:248 lid 1 BW aan de orde te achten.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- P.E. Butterman LLM
- R.A. Oskamp
Partijen
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
