Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZWB:2015:1545

Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 04-03-2015 · zaaknummer C/02/283333 / HA ZA 14-434

Civiel rechtGepubliceerd 12-03-2015
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Het verwijt dat voorlichting over te behalen ondernemingsresultaten onjuist is omdat zou zijn verzwegen dat met het filiaal geen gezond - volgens franchisenemer € 30.000,- - ondernemingsinkomen is te realiseren, is ongegrond. Allereerst geldt dat wanneer franchisenemer vindt dat slechts een ondernemersinkomen van € 30.000,- een gezond inkomen is, het haar uit de prognoses duidelijk moest zijn dat een dergelijk inkomen niet werd voorzien. In zoverre kan van dwaling geen sprake zijn. Daarnaast zijn zowel de behaalde bedrijfsresultaten als de privé opnames elk jaar meer dan € 30.000,-. Als de informatie vanuit franchisegever op deze punten al onjuist zou zijn, zijn de juiste, feitelijk gerealiseerde resultaten zodanig als franchisenemer vindt dat ze moesten zijn. Ook hierom kan in zoverre geen sprake zijn van dwaling. Het verwijt dat de prognose van de loonkosten veel te laag is omdat een loonkostenpercentage van rond 20% in de door franchisegever zelf geëxploiteerde filialen aan de orde is en volgens het hoofdbedrijfschap detailhandel een loonkostenpercentage van 18 in de bovenkledingbranche gebruikelijk is, beoordeelt de rechtbank als volgt. De begroting van een onderneming ten behoeve van een franchisenemer wordt samengesteld uit diverse voorziene inkomsten en uitgaven. De opstelling daarvan resulteert in een voorzien resultaat. Op grond van de hoogte van dat voorziene resultaat beslist een franchisenemer of hij het risico van ondernemerschap aanvaardt. Wanneer het werkelijk gerealiseerde resultaat lager uitvalt dan werd voorzien is relevant of de begroting op onderdelen een verwijtbaar onjuiste prognose bevat. Wanneer het werkelijk gerealiseerde resultaat hoger uitvalt dan werd voorzien is dit in beginsel niet relevant. Niet aannemelijk is immers dat de franchisenemer geen overeenkomst zou zijn aangegaan als hij had geweten dat weliswaar op een punt begrote kosten hoger zouden uitvallen, maar tevens het bedrijfsresultaat hoger zou zijn dan werd begroot, zodanig dat daarmee de extra kosten meer dan zijn opgevangen. Deze situatie doet zich in het geval van franchisenemer voor. Dat franchisenemer bij een juiste voorstelling van zaken, het op alle onderdelen behaalde werkelijke resultaat, de overeenkomsten niet zou zijn aangegaan is niet aannemelijk. Dat zou anders kunnen zijn wanneer franchisenemer aan franchisegever zou hebben meegedeeld dat de (juistheid van de) prognose van de loonkosten voor haar van wezenlijk belang is. Dat is niet aan de orde.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Partijen

  • [gedaagde]

    gedaagde · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.