ECLI:NL:RBZWB:2014:6712
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 04-09-2014 · zaaknummer AWB-13_3476
Inhoudsindicatie
Wet op de omzetbelasting 1968 (Wet OB). Artikel 3, eerste lid onderdeel a Wet OB. Belanghebbende (een B.V.) heeft ter zake van de aanschaf van de Volvo € 7.851 als voorbelasting in aftrek genomen. Aan belanghebbende is ten aanzien hiervan een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd, omdat de Volvo niet aan belanghebbende geleverd zou zijn maar aan de directeur-grootaandeelhouder. Gelet op het feit dat de facturen ten aanzien van de Volvo op naam van belanghebbende staan, belanghebbende het grootste deel van deze facturen heeft betaald, het kenteken van de Volvo op naam van belanghebbende is gezet en dat belanghebbende de auto heeft verzekerd, is aan belanghebbende de macht om als eigenaar over de Volvo te beschikken naar het oordeel van de rechtbank aan belanghebbende overgedragen. Dat belanghebbende de Volvo in haar administratie voor de vennootschapsbelasting, de inkomstenbelasting en de loonbelasting (foutief) heeft aangemerkt als zijnde privéauto van haar directeur grootaandeelhouder kan niet tot een ander oordeel leiden. De naheffingsaanslag is ten onrechte aan belanghebbende opgelegd. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
