ECLI:NL:RBZWB:2014:2189
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 01-04-2014 · zaaknummer AWB-13_5273
Inhoudsindicatie
Belanghebbende heeft zijn landbouwonderneming ingebracht in een BV en stelt de gronden tegen een vergoeding ter beschikking aan de BV. Nadat in 2007 een gedeelte van de grond is verkocht wordt een pachtovereenkomst gesloten voor de overgebleven gronden. In geschil is of belanghebbende de gronden mag afwaarderen naar de waarde in verpachte staat. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat er sprake is van een vermogensverlies dat voor afwaardering in aanmerking komt. De rechtbank acht gelet op de feiten en omstandigheden niet aannemelijk dat belanghebbende beide pachtovereenkomsten met een willekeurige derde zou hebben gesloten zonder enige compensatie voor het gestelde vermogensverlies. De pachtovereenkomsten vinden hun oorzaak in en worden beheerst door de aandeelhoudersrelatie tussen belanghebbende en de BV zodat het daaruit voortvloeiende verlies niet aftrekbaar is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
