ECLI:NL:RBZWB:2013:6662
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 19-09-2013 · zaaknummer AWB-09_1161
Inhoudsindicatie
Op grond van het arrest van de Hoge Raad van 30 november 2012 (n.a.v. antwoorden op prejudiciële vragen door HvJ EG van 16 februari 2012) moet worden beoordeeld of belanghebbende, met hetgeen hij heeft overgelegd, aannemelijk heeft gemaakt dat de werkelijke uitgaven voor het privégebruik van de auto lager zijn dan de heffingsmaatstaf die op grond van artikel 15 van de Uitvoeringsbeschikking is berekend. De heffing moet in dat geval op grond van artikel 6, tweede lid en artikel 11, A, eerste lid, letter c, van de Zesde richtlijn worden beperkt tot de omzetbelasting over de daadwerkelijke omvang van dat privégebruik. Belanghebbende heeft echter niet aan de voormelde bewijslast voldaan zodat een beperking van de heffing niet aan de orde is.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[belanghebbende]
belanghebbende · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
