ECLI:NL:RBZWB:2013:10058
Rechtbank Zeeland-West-Brabant · 20-12-2013 · zaaknummer AWB 13_808
Inhoudsindicatie
Weigering handhavend op te treden tegen luchtvaartmaatschappij o.g.v. Wet luchtvaart. Verzoek om compensatie o.g.v. Verordening (EG) Nr. 261/2004 vanwege vertraging is door de luchtvaartmaatschappij afgewezen, wat heeft geleid tot een handhavingsverzoek o.g.v. de Wet luchtvaart. Eiser heeft terecht opgemerkt dat de bevoegdheid als bedoeld in artikel 11.15, sub b, Wet Luchtvaart een bestuursrechtelijke handhavingsbevoegdheid betreft en dat afdeling 5.3.1 van de Awb daarop van toepassing is. In dit geval staat vast dat er sprake is van een buitengewone omstandigheid in de zin van artikel 5, derde lid, en overweging 14 van de Verordening gelet op het vonnis van de Geschillencommissie. Arbitraal vonnis heeft gezag van gewijsde gekregen. Het staat de staatssecretaris niet vrij om in afwijking daarvan wel een compensatieplicht aan te nemen. Staatssecretaris dus niet bevoegd om handhavend op te treden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
