Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZUT:2007:BB5459

Rechtbank Zutphen · 01-10-2007 · zaaknummer 07/219 en 07/221

BestuursrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Boete Wet arbeid vreemdelingen Poolse werknemers Samenvatting: Als gevolg van de ministeriële regeling van 25 april 2007 (Stcrt. 2007, 82) is sinds 1 mei 2007 voor Poolse werknemers geen tewerkstellingsvergunning als bedoeld in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) meer vereist. In verband hiermee heeft eiseres betoogd dat de verweten gedraging, die plaatsvond in maart 2006, thans geen beboetbaar feit in de zin van artikel 2 Wav meer oplevert, en zij dient te profiteren van deze verandering van wetgeving. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Ingevolge artikel 15, eerste lid, van het IVBPR – voor zover hier van belang – dient, indien de wet na het begaan van het strafbare feit mocht voorzien in de oplegging van een lichtere straf, de overtreder daarvan te profiteren. Ingevolge artikel 1, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht (WvSr) worden bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is, de voor de verdachte gunstigste bepalingen toegepast. Met betrekking tot de vraag welke betekenis aan artikel 1, tweede lid, van het WvSr toekomt bij de oplegging van een bestuursrechtelijke boete, merkt de rechtbank op dat het uitgangspunt bij het Voorontwerp van de 4e tranche Awb (TK 2003-2004, 29 702, nr. 3) is dat het punitieve bestuursrecht niet nodeloos moet afwijken van het strafrecht en mede om die reden artikel 1, tweede lid, van het WvSr in artikel 5.4.1.7, vierde lid, van het Voorontwerp van overeenkomstige toepassing wordt verklaard. Waar de boeteoplegging in het kader van de Wav een punitieve sanctie betreft, zijn daarop ook thans reeds de minimumwaarborgen van het strafrecht – bezien in het licht van artikel 6 EVRM – mede van toepassing. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat met het bepaalde in artikel 1, tweede lid, van het WvSr, als fundamenteel strafrechtelijk beginsel, ook reeds bij de huidige oplegging van bestuurlijke boeten rekening dient te worden gehouden. Voor wat betreft de vraag of het bepaalde in de artikelen 15, eerste lid, van het IVBPR en 1, tweede lid, van het WvSr met zich brengt dat in het onderhavige geval van boeteoplegging ter zake van overtreding van artikel 2 van de Wav dient te worden afgezien, stelt de rechtbank voorop dat artikel 2 van de Wav na 1 mei 2007 ongewijzigd is gebleven, in die zin dat het een werkgever nog steeds verboden is een vreemdeling in Nederland arbeid te laten verrichten zonder de ten aanzien van die vreemdeling vereiste tewerkstellingsvergunning. Evenmin is met de ministeriële regeling van 25 april 2007 een wijziging opgetreden in de aard of de hoogte van de op te leggen boete. Naar vaste jurisprudentie van de Hoge Raad doet een verandering in de wetgeving, als bedoeld in de artikelen 15, eerste lid van het IVBPR en 1, tweede lid, WvSr, zich slechts voor als sprake is van een gewijzigd inzicht van de wetgever in de strafwaardigheid van de vóór de wetswijziging gepleegde feiten. Het vervallen van het strafwaardig karakter van het werken zonder tewerkstellingsvergunning ten aanzien van Poolse werknemers per 1 mei 2007 houdt naar het oordeel van de rechtbank louter verband met op de Nederlandse Staat rustende communautaire verplichtingen, waaronder de noodzaak te komen tot één binnen de Europese Unie bestaande interne markt. Die wijziging vloeit derhalve niet voort uit een verandering van inzicht bij de wetgever omtrent de strafwaardigheid van vóór 1 mei 2007 op grond van artikel 2 van de Wav gepleegde overtredingen. Gelet op het voorgaande noopt het bepaalde in de artikelen 15 IVBPR en 1, tweede lid, WvSr in het onderhavige geval niet tot het opleggen van een lagere boete dan in het bestreden besluit is vervat.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

  • C.A.Spekschoor

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.