ECLI:NL:RBZUT:2007:BA5763
Rechtbank Zutphen · 31-01-2007 · zaaknummer 79216 / HA ZA 06-749
Inhoudsindicatie
Ingevolge de hoofdregel van artikel 150 van Rv is de partij die zich beroept op rechtsgevolgen van door haar gestelde feiten, belast met het bewijs van deze feiten. Uit deze regel kan niet worden af-geleid dat de wederpartij de feiten moet bewijzen die zij stelt ter motivering van haar betwisting van de eerderbedoelde feiten, in dit geval dat de overeenkomst voorwaardelijk is aangegaan. In het onderhavige geval brengt voornoemde rechtsregel mee dat gedaagde dient te bewijzen dat op eiser een onvoorwaardelijke verbintenis rust door ofwel te bewijzen dat de overeenkomst onvoorwaardelijk is aangegaan dan wel dat weliswaar een opschortende voorwaarde (met een bepaalde inhoud) is overeengekomen maar dat deze is vervuld.
Rechters
Advocaten
- C.M. Willemse
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[gedaagde]
gedaagde · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
