ECLI:NL:RBZUT:2006:AW5664
Rechtbank Zutphen · 28-04-2006 · zaaknummer 06/460558-05
Inhoudsindicatie
Poging tot moord op de echtgenoot. Verdachte heeft aangevoerd dat zij in 1999 met haar echtgenoot heeft afgesproken dat als zij niet meer wil leven, hij gelijk met haar zijn leven wil beëindigen. Vaststaat dat de echtgenoot van verdachte lijdt aan de ziekte van Altzheimer, waardoor zijn geheugenfunctie, met name zijn korte termijn geheugen is gestoord. De rechtbank acht, op grond van verklaringen van een getuige-deskundige en van verdachte zelf, voldoende aannemelijk dat de echtgenoot niet heeft beseft, wat verdachte precies aan hem heeft voorgelegd en vooral niet welke keuze hij op gond daarvan zou moeten maken. Het komt de rechtbank bovendien hoogst onwaarschijnlijk voor dat de echtgenoot voldoende wilsbekwaam was om weloverwogen te beslissen, dat hij zich, gelijk met zijn echtenote, het leven heeft willen benemen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
