ECLI:NL:RBZUT:2004:AR3405
Rechtbank Zutphen · 27-09-2004 · zaaknummer 04-198 en 199 WW
Inhoudsindicatie
Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst en toekenning van een werkloosheidsuitkering, heeft de werkgever tegen die toekenning bezwaar gemaakt, teneinde "de ware toedracht" van de zaak te schilderen. De werkgever heeft zich daarbij sterk negatief over de werknemer uitgelaten en argumenten gebezigd die passen bij ontslag op staande voet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de werkgever aldus misbruik gemaakt van het recht om bij het UWV voorziening te vragen tegen de toekenning van de werkloosheidsuitkering aan de werknemer. De werknemer mocht er, gezien hetgeen was overeengekomen en zijn aanmerkelijke belang bij een WW-uitkering, op vertrouwen dat de werkgever geen rechtsmiddel zou aanwenden tegen een besluit van het UWV waaraan ten grondslag ligt de opvatting dat de werknemer niet verwijtbaar werkloos was geworden.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- D.R. Abdoelhak
- F.J. van der Vaart
- J.B.J. de Bruyn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
