Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZUT:2001:AB0598

Rechtbank Zutphen · 22-01-2001 · zaaknummer 00/1215

Bestuursrecht; Bestuursrecht; OmgevingsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Asielzoekerscentrum moet waarschijnlijk worden aangemerkt als woongebouw en niet als logiesgebouw in de zin van het Bouwbesluit. Bouwvergunning en vrijstelling (art. 17 WRO) voor verbouwing van gezinsvervangend tehuis ten behoeve van tijdelijke huisvesting asielzoekers. Geschilpunt is of het gebouw moet worden aangemerkt als woongebouw of als logiesgebouw, gelet op het dienaangaande gemaakte onderscheid in het Bouwbesluit. Aangenomen moet worden dat vergunning is verleend voor de verbouw tot logiesgebouw. Gelet op het bepaalde in art. 1.2 respectievelijk onder i, j en o Bouwbesluit en in art. 1.2 Woningwet, wordt naar voorlopig oordeel aangenomen dat een gebouw moet worden aangemerkt als een woongebouw als dat gebouw huisvesting biedt aan personen die elders geen hoofdverblijf hebben. Daarentegen wordt aangenomen dat gebruikers van een logiesgebouw aldaar tijdelijk verblijven met de bedoeling om vervolgens weer terug te keren naar hun hoofdverblijf elders. Ten aanzien van asielzoekers moet weliswaar worden gesteld dat zij in beginsel slechts gedurende een vrij korte periode onderdak vinden in een gebouw in gebruik als asielzoekerscentrum. Ten aanzien van hen kan evenwel niet worden gezegd dat zij aldaar tijdelijk verblijven met de bedoeling om weer terug te keren naar een eventueel nog elders aanwezig hoofdverblijf (bijvoorbeeld in het land van herkomst). Naar voorlopig oordeel wordt dan ook niet onaannemelijk geacht dat een asielzoekerscentrum voor asielzoekers de functie vervult van hoofdverblijf en derhalve als woning. Mitsdien moet niet uitgesloten worden geacht dat een gebouw dat wordt gebruikt als asielzoekers(opvang)centrum in de zin van het Bouwbesluit moet worden aangemerkt als woongebouw en niet als logiesgebouw. Schorst het bestreden besluit. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe, verweerder. mr. E.G. de Jong (president)

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.