Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBZUT:2001:AA9924

Rechtbank Zutphen · 30-01-2001 · zaaknummer 00/1174 WVG

Bestuursrecht; Bestuursrecht; SocialezekerheidsrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Brief waarin slechts wordt verzocht om een gesprek is niet aan te merken als bezwaarschrift, aangezien geen voorziening wordt gevraagd tegen een besluit van verweerder. Afwijzing van verzoek van eiseres (Stichting Slachtoffers WVG) om een gesprek over het oproepen van een aantal mensen voor een medisch onderzoek in het kader van het Collectief Vraagafhankelijk Vervoer. Eiseres heeft bij brief van 4 november 2000 de rechtbank verzocht om verweerder te verplichten haar bezwaar in behandeling te nemen. Rechtbank: De brief van eiseres van 4 november 2000 wordt aangemerkt als een beroepschrift als bedoeld in art. 6:4 Awb. Eiseres stelt zich kennelijk op het standpunt dat zij met haar brief van 20 september 2000 een bezwaarschrift als bedoeld in de Awb heeft ingediend en dat verweerder met zijn brief van 4 oktober 2000 heeft geweigerd het bezwaar in behandeling te nemen en aldus heeft geweigerd een besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank acht dit standpunt onjuist. De brief van eiseres van 20 september 2000 kan niet worden aangemerkt als een bezwaarschrift als bedoeld in de Awb, aangezien met die brief geen bezwaar wordt gemaakt als bedoeld in art. 1:5, eerste lid Awb. In die brief wordt namelijk geen voorziening gevraagd tegen een besluit van verweerder, maar wordt slechts verzocht om een gesprek met verweerder over de in die brief vermelde kwestie. Daar komt nog bij dat het door eiseres zo genoemde "collectieve bezwaar" niet is gericht tegen enig besluit van verweerder in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb. Het oproepen voor medisch onderzoek door een externe adviesinstantie is geen besluit van verweerder, terwijl ook de gedragslijn van verweerder om in individuele gevallen medisch advies in te winnen niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van art. 1:3, eerste lid Awb. Nu de brief van eiseres niet als een bezwaarschrift (als bedoeld in de Awb) kan worden aangemerkt, kan er ook geen sprake zijn van een weigering van verweerder om een besluit op bezwaar te nemen. De rechtbank verklaart zich onbevoegd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen, verweerder. mr. K. van Duyvendijk

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Brummen

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.