ECLI:NL:RBZLY:2012:BY8458
Rechtbank Zwolle-Lelystad · 22-11-2012 · zaaknummer 07.662391-10 (ontnemingsvordering)
Inhoudsindicatie
Betrokkene is veroordeeld wegens, kort gezegd, PGB-fraude. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat een andere wijze van berekenen moet worden toegepast, waarbij per cliënt bekeken wordt of er sprake is geweest van fraude. Er is sprake van één groot feitencomplex. De rechtbank heeft in haar vonnis van 23 maart 2012 overwogen dat “het streven van verdachte er op gericht was zo hoog mogelijke indicaties en – daaraan gekoppeld – PGB’s te verwerven om de op die manier verkregen gelden naar haar eigen goeddunken aan te wenden voor zorg, maar ook voor andere zaken”. De bedrijfsvoering van [bedrijf] was gericht op PGB-fraude, zodat niet gedifferentieerd hoeft te worden naar afzonderlijke cliënten. De gehele brutomarge komt voor ontneming in aanmerking gelet op het Urker-Visserarrest . Aan het opleggen van de maatregel tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel staat immers niet in de weg dat de opbrengst ook zou zijn ontvangen indien de regels waren nageleefd. De rechtbank stelt het bedrag, waarop het wederrechtelijk voordeel wordt geschat, vast op € 3.104.004,00, vermeerderd met de wettelijke rente. De rechtbank legt aan betrokkene de verplichting op om terzake van ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel aan de Staat te voldoen een bedrag van € 3.104.004,00, vermeerderd met de wettelijke rente.
Rechters
Advocaten
- H. Bos
- Mr. E.E.G. Duijts
Officier van justitie
- Mr. E.E.G. Duijts
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
