Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBUTR:2012:CA3544

Rechtbank Utrecht · 29-11-2012 · zaaknummer SBR 12/1300

BestuursrechtGepubliceerd 22-06-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eisers hebben erkend dat zij, blijkens de zich in de stukken bevindende beschikkingen over de aangiftes van onroerendgoedbelasting staan eisers sinds 1 januari 1998 in het kadaster als eigenaar van het appartementencomplex zijn ingeschreven. Gelet hierop is het vermoeden gerechtvaardigd dat eisers konden beschikken over het appartementencomplex. Er is geen objectief verifieerbare aanwijzing gevonden voor de stelling dat eisers nimmer de daadwerkelijke eigendom hebben gehad over het appartementencomplex. Eisers hebben nooit bij verweerder melding gemaakt van het eigendom en de verkoop van dit appartementencomplex, zodat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eisers daarom de op hen rustende inlichtingenplicht hebben geschonden. Verweerder heeft mogen uitgaan van de taxatiewaarde die op verzoek van het IBF door een plaatselijke makelaar is vastgesteld. Verweerder heeft eisers terecht als eigenaar van het appartementencomplex aangemerkt en de (verkoop)waarde van het appartementencomplex terecht aan hen toegerekend. Nu deze waarde is vastgesteld op € 208.000,-, wordt hiermee de grens van het vrij te laten vermogen (die voor eisers in 2009 lag op een bedrag van € 10.910,-) overschreden. Eisers verkeerden in de periode van 1 januari 2009 tot en met 30 juni 2009 dus niet in bijstandsbehoevende omstandigheden. Dit betekent dat verweerder bevoegd was om met toepassing van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wwb het recht op bijstand over deze periode in te trekken. Omdat eisers eigenaar van het appartementencomplex waren in de periode van 1 januari 1998 tot en met 31 december 2008, is het vermoeden gerechtvaardigd dat zij konden beschikken over de huuropbrengsten van dit appartementencomplex. Eisers hebben van de huuropbrengsten geen melding gemaakt bij verweerder, zodat zij ook in de periode van 1 januari 1998 tot 31 december 2008 de op hen rustende inlichtingenplicht hebben geschonden. Omdat hierover de benodigde informatie ontbreekt, heeft verweerder de waarde van de huurinkomsten over deze periode niet kunnen vaststellen en valt ook het recht op bijstand over deze periode niet vast te stellen. Verweerder heeft dus het recht op bijstand op grond van artikel 54, derde lid, aanhef en onder a, van de Wwb mogen intrekken. Het beroep van eisers op de vaste jurisprudentie van de CRvB - bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 12 januari 2010 (BK9662) - dat hantering van het terugvorderingsbeleid, zoals ook door verweerder wordt gehanteerd, bij vermogen boven de vrijlatingsgrens tot uitkomsten kan leiden die voor de betrokkene(n) onevenredig zijn in verhouding tot het doel dat kennelijk met het gevoerde beleid wordt beoogd, te weten, slaagt niet.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.