ECLI:NL:RBUTR:2012:BX4205
Rechtbank Utrecht · 23-07-2012 · zaaknummer SBR 11/3839
Inhoudsindicatie
Hoewel aannemelijk is dat eiser als gevolg van de ongeldigverklaring van zijn rijbewijs een zekere mate van ongemak heeft moeten ondergaan, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat hij als gevolg hiervan zodanig heeft geleden, dat sprake is van een aantasting in zijn persoon. Evenmin is sprake van aantasting in de persoon doordat het besluit voor eiser tot ernstige psychische storingen of geestelijk letsel heeft geleid. Hoewel een onrechtmatige inbreuk op de bewegingsvrijheid onder omstandigheden kan worden aangemerkt als een aantasting in de persoon, is de rechtbank daar in het onderhavige geval niet van gebleken. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat het niet zelf een auto kunnen besturen andere mogelijkheden van vervoer onverlet laat. De rechtbank vindt voor dit oordeel steun in de uitspraak van de ABRvS van 13 juli 2011. De wetgever heeft met de regeling van artikel 164, negende lid, van de WVW duidelijk gekozen om alleen in geval van een strafrechtelijke invordering van het rijbewijs, en dus niet bij een bestuursrechtelijke maatregel zoals hier aan de orde, een forfaitaire schadevergoeding toe te kennen. Eiser dient deze keuze van de wetgever te aanvaarden. Er is dan ook geen aanleiding om de strafrechtelijke invordering van het rijbewijs op één lijn te stellen met de bestuursrechtelijke ongeldigverklaring en aan eiser een forfaitaire schadevergoeding toe te kennen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
