ECLI:NL:RBUTR:2012:BX3522
Rechtbank Utrecht · 04-07-2012 · zaaknummer 779013 UC EXPL 11-16575 H/4087
Inhoudsindicatie
In onderhavig geschil heeft de kantonrechter overwogen dat de verplichting om een schriftelijke arbeidsovereenkomst aan te gaan er voor bedoeld is om bewijsproblemen en meer in het bijzonder een bewijsnood aan de zijde van een werknemer te voorkomen. Indien, zoals in onderhavig geval, een werkgever in strijd met een arbeidsvoorwaardenregeling en/of een CAO geen, althans meer dan drie jaar na de aanvang van het dienstverband een schriftelijke arbeidsovereenkomst heeft aangeboden, dan dient, zo overweegt de kantonrechter, de werkgever het (bewijs)risico voor eventuele onduidelijkheden over de afspraken over de uit te oefenen functie en de te verrichten werkzaamheden te dragen. Dit maakt dat in onderhavige casus, in afwijking van de hoofdregel van artikel 150 Rv, op grond van een bijzondere regel de werkgever dient te bewijzen dat partijen in maart 2006 hebben afgesproken dat de werknemer in dienst zou treden in functie van algemeen ondersteunend medewerker en dat zij de daarbij behorende werkzaamheden zou gaan uitvoeren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
[eiseres]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
