ECLI:NL:RBUTR:2012:BW4311
Rechtbank Utrecht · 13-04-2012 · zaaknummer 16-441218-11
Inhoudsindicatie
De rechtbank heeft verdachte onder mer veroordeeld voor afdreiging. Alhoewel een 'formele' klacht voor dit feit ontbreekt, heeft de rechtbank de officier van justitie ontvankelijk verklaard in haar vervolging. Met de officier van justitie is zij immers van oordeel dat uit de aangifte, de getuigenverklaring van één van de slachtoffers en het gegeven dat de slachtoffers zich als benadeelde partijen hebben gevoegd, in onderlinge samenhang bezien, onmiskenbaar blijkt dat zij de bedoeling hadden dat verdachte vervolgd zou worden, waarmee naar het oordeel van de rechtbank in voldoende mate is voldaan aan (de feitelijke betekenis van) het klachtvereiste als omschreven in artikel 318, tweede lid, Wetboek van Strafrecht.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
