ECLI:NL:RBUTR:2011:BY5277
Rechtbank Utrecht · 14-09-2011 · zaaknummer SBR 09/32v
Inhoudsindicatie
Trefwoorden:proceskosten, beroepsmatige rechtsbijstand familielid, Wetsartikelen:8:75, eerste lid, Awb, Besluit proceskosten bestuursrecht Samenvatting: Betreft verzetzaak. Vaststaat dat de advocaat van opposante haar dochter is. De grondslag van de rechtsbijstand is naar het oordeel van de rechtbank gelegen in de familierelatie en de gemachtigde kan dan ook niet worden aangemerkt als een derde die beroepsmatig rechtsbijstand verleent. De rechtbank vindt steun voor dit oordeel in de vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, zoals blijkt uit de uitspraak van 16 februari 2011, LJN: BP4745, en in de vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep, zoals blijkt uit de uitspraak van 22 september 2010, LNJ: BN8025. Als al een proceskostenveroordeling zou kunnen worden uitgesproken ter zake door een familielid verleende rechtsbijstand, is het aan opposante om in ieder geval de gemaakte kosten afdoende te onderbouwen. Dat heeft zij, ondanks dat zij daartoe in de gelegenheid is gesteld, niet gedaan.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
