ECLI:NL:RBUTR:2011:BU3456
Rechtbank Utrecht · 07-11-2011 · zaaknummer 16-710653-11
Inhoudsindicatie
Moord op levenspartner. Voorbedachte rade. Volgens vaste jurisprudentie is voor bewezenverklaring van het bestanddeel “voorbedachte rade” vereist dat buiten redelijke twijfel komt vast te staan dat het handelen van verdachte het gevolg is geweest van een tevoren door hem genomen besluit en hij tussen het nemen van dat besluit en de uitvoering ervan gelegenheid heeft gehad om over de betekenis en de gevolgen van die voorgenomen daad na te denken en zich daarvan rekenschap te geven. Verdachte heeft de tijd gehad en de gelegegenheid heeft bestaan om zich te beraden. Hij heeft daadwerkelijk over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad nagedacht en zich daarvan rekenschap gegeven. Verdachte heeft, nadat hij reeds in de woonkamer de hondenriem om de hals/nek van het slachtoffer had gelegd en deze had aangetrokken, haar aar buiten gebracht. Toen hij zag dat haar borstkas buiten nog bewoog, heeft hij de riem opnieuw aangetrokken. Hij heeft, blijkens zijn verklaring, vóór hij dit deed nagedacht over de gevolgen, namelijk dat hij anders zijn kinderen nooit meer zou zien, en er voor gekozen door te gaan met zijn handelen en niet te stoppen of om hulp te vragen. De rechtbank veroordeelt verdachte tot twaalf jaar gevangenisstraf.
Advocaten
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
