ECLI:NL:RBUTR:2011:BR3493
Rechtbank Utrecht · 01-07-2011 · zaaknummer SBR 09-465
Inhoudsindicatie
Eiser heeft de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verzocht om openbaarmaking van verschillende documenten aangaande de Stichting CAOP. Verweerder heeft aan eiser het concept-rapport van Ernst & Young van 20 september 2004 “Kosten versus opbrengsten” met weglakking van namen van personen en bedrijfsgevoelige informatie aan eiser toegezonden. Ter zitting heeft de rechtbank vastgesteld dat tussen partijen niet langer in geschil is dat het concept-rapport (ook) ongecensureerd aan eiser is verstrekt. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat dit abusievelijk is gebeurd. De rechtbank overweegt onder verwijzing naar vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS; zie bijvoorbeeld de uitspraak van 31 augustus 2005, LJN: AU1783) dat toezending per vergissing geen openbaarmaking in de zin van de Wob, zijnde openbaarmaking aan een ieder, is. Verweerder heeft in de omstandigheid dat het rapport reeds eerder abusievelijk ongecensureerd aan eiser is verstrekt geen aanleiding hoeven zien om het rapport openbaar te maken in de zin van de Wob. Over eisers stelling dat verweerder ten onrechte heeft verzuimd zijn Wob-verzoek door te zenden aan het CAOP voor zover het gaat om de documenten waarover verweerder stelt niet te beschikken, maar het CAOP of organisatieonderdelen daarvan wel, overweegt de rechtbank dat de ABRvS bij uitspraak van 11 juli 2007 (LJN: BA9270) heeft geoordeeld dat het CAOP geen bestuursorgaan is en geen deel uitmaakt van de overheid. Reeds hierom bestond voor verweerder niet de verplichting om eisers Wob-verzoek door te zenden aan het CAOP. Wat de door eiser genoemde stichtingen, raden en commissies betreft, overweegt de rechtbank dat, wil het standpunt van eiser over de doorzendplicht naar de genoemde stichtingen, raden of commissies doel treffen dan moet zijn voldaan aan twee vereisten: (a) de desbetreffende stichting, raad of commissie moet onderdeel uitmaken van het CAOP en (b) de desbetreffende stichting, raad of commissie moet een bestuursorgaan of onderdeel van een groter bestuursorgaan zijn. Gelet op het over en weer gestelde, bestaat geen aanleiding om te oordelen dat aan deze beide voorwaarden is voldaan voor één van de door eiser genoemde stichtingen, raden of commissies. Voor verweerder bestond dan ook niet de verplichting om eisers verzoek door te zenden aan één van de genoemde stichtingen, raden of commissies. Het beroep is ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
