ECLI:NL:RBUTR:2011:BR1982
Rechtbank Utrecht · 18-07-2011 · zaaknummer 16/604006-10 [P]
Inhoudsindicatie
Verdachte is vrijgesproken terzake van artikel 6 WVW (dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte is te wijten). Ter plaatse gold een maximumsnelheid van 50 kilometer per uur. Naar het oordeel van de rechtbank is de snelheid van het voertuig ten tijde van het ongeval onvoldoende komen vast te staan. Indien verdachte reed met een snelheid van 50 kilometer per uur, is het de vraag of deze snelheid gelet op de omstandigheden ter plaatse, onverantwoord hoog was. In de tenlastelegging wordt de onverantwoord hoge snelheid geconcretiseerd met het feit dat het wegdek op sommige plaatsen glad was. Of het wegdek op de plaats van de aanrijding ten tijde van het ongeval glad was blijkt niet uit het dossier, zodat niet bewezen kan worden verklaard dat verdachte heeft gereden met een hogere snelheid dan ter plaatse verantwoord was. Voorts is de rechtbank van oordeel dat de enkele omstandigheid dat verdachte de voetgangster niet tijdig heeft gezien, hoewel deze voor hem wel waarneembaar moet zijn geweest en verdachte daarop zijn rijgedrag had kunnen en moeten aanpassen, onvoldoende is om te spreken van schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Een dergelijke onoplettendheid is overigens niet uitdrukkelijk ten laste gelegd. Ook overigens is niet gebleken van feiten of omstandigheden die de conclusie rechtvaardigen dat sprake is van het ernstige schuldverwijt van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Vaststaat dat verdachte het door hem bestuurde voertuig niet tot stilstand heeft kunnen brengen binnen de afstand waarover de weg te overzien en vrij was. De rechtbank acht om deze reden dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde, artikel 5 WVW. De rechtbank houdt met het ernstige gevolg, het overlijden van een voetgangster, rekening bij de strafoplegging. Tegelijkertijd houdt de rechtbank rekening met de omstandigheden dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit en dat hij er blijk van heeft gegeven geraakt te zijn door het feit. Veroordeling tot een werkstraf van 60 uur. Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank, daarbij gelet op het belang van verdachte bij behoud van zijn rijbewijs, een onvoorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, langer dan de tijd dat verdachte zijn rijbewijs reeds heeft ingeleverd, niet op zijn plaats. De rechtbank veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 8 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
