ECLI:NL:RBUTR:2011:BP8615
Rechtbank Utrecht · 23-03-2011 · zaaknummer 301802 - KG ZA 11-153
Inhoudsindicatie
Vraag naar de werking van een uitspraak in hoger beroep waarbij het vonnis in eerste aanleg is vernietigd. Volgens vaste rechtspraak verkrijgt de partij die aan een vonnis in eerste aanleg door betaling heeft voldaan, na de vernietiging een vordering uit onverschuldigde betaling als bedoeld in art. 6:203 BW, doch volgens de rechtspraak van de Hoge Raad ontstaat die vordering pas wanneer de uitspraak in hoger beroep onherroepelijk is geworden. In onderhavige zaak is het arrest waarin het vonnis is vernietigd in kracht van gewijsde gegaan (vgl. Rb Utrecht, 16 september 2010, LJN BN7289). Volgt toewijzing vordering tot betaling. Wettelijke rente verschuldigd vanaf het tijdstip dat vrijwillig onverschuldigd is betaald (HR 19 februari 1999, NJ 1999, 367). Toetsing vordering ex art. 843a Rv in kort geding. Geen ambtshalve bijbrengen verweren door rechter (vgl. HR 6 oktober 2006, NJ 2006, 547). Vordering tot afgifte afschrift bescheiden is in beginsel geen maatregel die geldt als voorlopige voorziening. Beoordeling onomkeerbaarheid van een eventueel gebod tot afgifte over te gaan. In deze zaak is plaats voor toewijzing van een deel van de vordering tot afgifte van bescheiden.
Rechters
Advocaten
- F.G. van Hees
- M.J.M. Groen
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
