ECLI:NL:RBUTR:2011:BP8084
Rechtbank Utrecht · 17-02-2011 · zaaknummer SBR 10-4265
Inhoudsindicatie
WWB/WMO, statenloos, ongewenstverklaring, artikel 8 van het EVRM. Verzoeker verblijft meer dan 20 jaren in Nederland. Hij is hier getrouwd, heeft twee kinderen gekregen en heeft van 10 januari 1989 tot 26 augustus 1993 over een verblijfsvergunning beschikt. Verzoeker heeft geen middelen en mag, gelet op zijn illegale status, en kan, gelet op zijn gezondheidssituatie, niet werken, Hij verkeert in een zeer slechte gezondheidssituatie en heeft, na een langdurig verblijf in justitiële inrichtingen geen banden meer met zijn ex-vrouw en kinderen. Vaststaat dat verzoeker statenloos is en niet kan terugkeren naar zijn geboortegrond. Verwijdering van verzoeker naar een derde land is, gelet op de omstandigheid dat verzoeker na zijn strafrechtelijke detentie (in totaal) meer dan twee jaren in vreemdelingenbewaring heeft verbleven, tot op heden niet gelukt. Hoewel wellicht niet volstrekt uitgesloten is dat verzoeker naar een ander land kan vertrekken, wat in de procedure tegen de weigering tot opheffing van de ongewenstverklaring aan de orde is, is het, gelet op verzoekers gezondheidsituatie, voor de voorzieningenrechter de vraag of verzoeker thans en op het moment van het bestreden besluit de van hem verlangde medewerking kan en kon verlenen. De voorzieningenrechter dient de vraag te beantwoorden of in dit geval sprake is van een ‘fair balance’ tussen de publieke belangen betrokken bij de weigering van bijstand en noodopvang, waarbij de illegale status en de ongewenstverklaring van verzoeker van belang zijn, en de particuliere belangen van verzoeker, waarbij van belang is dat is overwogen dat verzoeker tot de categorie kwetsbare personen in de zin van artikel 8 van het EVRM behoort. Teneinde te kunnen beoordelen of daar in dit geval sprake van is, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter meer onderzoek nodig naar de mogelijkheid voor verzoeker om Nederland te verlaten en de mogelijkheden van (nood)opvang tot dat moment. Gelet hierop en gelet op de door verzoeker ingeroepen verdragsbepalingen valt niet uit sluiten dat het beroep gegrond zal worden verklaard. De hoofdzaak leent zich, gelet op de vragen van internationaalrechtelijke aard die daarbij een rol spelen thans niet voor afdoening. De rechtbank zal de hoofdzaak met voorrang behandelen. Gelet op het voorgaande en gelet op verzoekers zeer slechte gezondheidssituatie zal de voorzieningenrechter de gevraagde voorziening toewijzen in die zin dat verweerder aan verzoeker naar keuze van verweerder enige vorm van (nood) opvang ingevolge de Wmo of een uitkering ingevolge de Wwb dient te verlenen, naar de norm voor een alleenstaande ter hoogte van het bedrag van de beslagvrije voet.
Rechters
Advocaten
- E.C. Cerezo-Weijsenfeld
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
verweerder · overheid
Overheidspartijen
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
