ECLI:NL:RBUTR:2010:BO9744
Rechtbank Utrecht · 29-12-2010 · zaaknummer 296523 / KG ZA 10-996
Inhoudsindicatie
Ontvankelijkheid van een vordering in kort geding op grond van artikel 843a Rv. hangende een bodemprocedure. De voorzieningenrechter is van oordeel dat de omstandigheid dat tussen partijen een bodemprocedure aanhangig is en dat toewijzing van een vordering ex artikel 843a Rv. in beginsel een onomkeerbare situatie teweeg brengt, geen beletsel vormt voor Prorail om deze vordering in kort geding in te kunnen stellen. Artikel 843a Rv. biedt een eigen, zelfstandige rechtsingang en het feit dat een bodemprocedure tussen partijen aanhangig is staat niet aan het instellen van een separate vordering in kort geding op grond van 843a Rv. in de weg. Beoordeling van de vordering vindt plaats op grond van de hiervoor genoemde voorwaarden (van artikel 843a Rv.) en niet aan de hand van de stellingen van partijen in de bodemzaak, zodat (volledige) kennis van de bodemzaak voor de beoordeling in dit kort geding niet vereist is. Dat een eventuele toewijzing van de vordering feitelijk een onomkeerbare situatie met zich brengt staat op zichzelf niet in de weg aan instellen van deze vordering in kort geding, maar zal moeten worden meegewogen bij de beoordeling daarvan. Railion heeft voorts onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de proceseconomie door het instellen van deze kort geding vordering zal worden geschaad. Voor zover zij heeft bedoeld dat zij om haar moverende redenen het brondocument niet heeft willen afgeven in de bodemprocedure en bereid is eventuele nadelige gevolgen daarvan te dragen, had het op haar weg gelegen om in het kader van de toetsing op grond van artikel 843a Rv. in dit kort geding te stellen en te onderbouwen dat zij gewichtige redenen heeft om niet aan de vordering te voldoen. Zoals in 4.7. van het vonnis aan de orde zal komen heeft zij dit echter nagelaten. Gezien het voorgaande is de voorzieningenrechter van oordeel dat Prorail ontvankelijk is in haar vordering.
Rechters
Advocaten
- A.D.J. van Ruyven
- A.G. Kooiman
- F. Bruijn
- J.K. Vrijling
- M.C. Franken-Schoemaker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
