ECLI:NL:RBUTR:2010:BN8301
Rechtbank Utrecht · 22-09-2010 · zaaknummer 286423 / FA RK 10-2600
Inhoudsindicatie
Verzoek van de moeder tot gerechtelijke vaststelling vaderschap. De man wil niets met het kind en de moeder te maken hebben en stelt zich dreigend op. De rechtbank overweegt dat, ingevolge art. 3 IVRK, het belang van het kind voorop dient te worden gesteld. De Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht om een onderzoek in te stellen naar de vraag: 'of het gelet op de houding van de man - en de hiermee samenhangende spanningen tussen partijen, die mogelijk hun weerslag zullen hebben op het kind - op dit moment in het belang van het kind moet worden geacht dat de behandeling van het verzoek strekkende tot gerechtelijke vaststelling vaderschap zal worden voortgezet, in welk kader onder meer een DNA-onderzoek aan de orde kan komen'.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E.J. VAN DEN BRINK
- H. Drenth
- K.C.J.M. Bouwens
- L. de Leon
- M. van de Werff
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
