ECLI:NL:RBUTR:2010:BN4020
Rechtbank Utrecht · 10-06-2010 · zaaknummer SBR 08/390
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 18 oktober 2006 heeft verweerder, voor zover hier van belang, aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid "A” (vergunninghouder) vergunning als bedoeld in de Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo) verleend voor het lozen van afvalwater en vergunning verleend als bedoeld in de Wet op de waterhuishouding (Wwh) voor het onttrekken en lozen van water. Niet in geschil is dat eiseressen geen zienswijzen naar voren hebben gebracht. De rechtbank overweegt dat hen dit echter redelijkerwijs niet kan worden verweten, nu verweerder, zoals evenmin in geschil is, heeft nagelaten, overeenkomstig artikel 3:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, een kennisgeving van het ontwerp van het bestreden besluit in de Staatscourant te plaatsen. De rechtbank is van oordeel dat het beroep gegrond is en dat het bestreden besluit voor vernietiging in aanmerking komt wegens strijd met artikel 3:12, tweede lid, van de Awb. De rechtbank ziet in de ernst van het verzuim geen aanleiding om zoals verweerder heeft aangevoerd met toepassing van artikel 6:22 van de Awb vernietiging van het bestreden besluit achterwege te laten. Eiseressen hebben vervolgens verklaard geen gelegenheid meer te willen om alsnog hun zienswijzen kenbaar te maken. Zij hebben de rechtbank verzocht het besluit te vernietigen, omdat verweerder onvoldoende voorschriften over de visintrek heeft opgenomen in het besluit. Deze voorschriften zijn op grond van de BAT Reference document Industriële koelsystemen (BREF) verplicht. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het voorgaande dat verweerder op basis van de voorhanden gegevens onvoldoende kan beoordelen of er problemen voor visintrek zullen zijn. Verweerder weet niet de exacte locatie van de inlaat voor koelwater, verweerder heeft op één punt de effecten door laten rekenen zonder de exacte locatie te kennen en verweerder weet niet wat de stroomsnelheid van het water bij het inlaten van koelwater zal zijn. Gelet hierop is het standpunt van verweerder dat het niet nodig is om in de vergunning nadere voorschriften voor visintrek te stellen onvoldoende zorgvuldig voorbereid. Dat op de locatie geen sprake is van paaigebied voor vissen kan hier niet aan af doen. De rechtbank ziet daarbij niet in waarom de gevolgen van visintrek, zijnde ecologische belangen, niet vallen onder de hier aan de orde zijnde vergunning op grond van de Wwh. Beroep gegrond..
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Coöperatie Mobilisation for the environment
eiseres · bedrijf
Stichting Zuidhollandse Milieufederatie
eiseres · bedrijf
de minister van Verkeer en Waterstaat
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Verkeer en Waterstaat
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
