ECLI:NL:RBUTR:2010:BN2266
Rechtbank Utrecht · 26-07-2010 · zaaknummer SBR 08-3361
Inhoudsindicatie
De rechtbank overweegt dat het subjectief gezien mogelijk is dat eiseres heeft gedacht dat de Wav niet op haar van toepassing is. Met de Wav is immers niet beoogd om vrijwilligerswerk te beboeten, waardoor ze in de veronderstelling was dat ze geen werkgever is van [A], [B] en [C]. Geobjectiveerd bezien had eiseres zich echter moeten realiseren dat ze had moeten informeren of zij [A], [B] en [C] vrijwilligerswerk mocht laten verrichten, juist nu zij met vreemdelingen werkt op wie de vertrekplicht rust om Nederland te verlaten. Eiseres mocht dan ook niet aan de omstandigheden dat de gemeente Utrecht, de politiek en de DT&V op de hoogte waren van de tewerkstelling en de gemeente Utrecht haar subsidie verleent, vertrouwen ontlenen dat haar geen boete zou worden opgelegd. De gestelde omstandigheid dat die instanties op de hoogte waren van de tewerkstelling doet niet af aan de eigen verantwoordelijkheid van eiseres om als werkgever die vreemdelingen arbeid laat verrichten op de hoogte te zijn of zich op de hoogte te stellen van de op haar rustende verplichting en daarnaar te handelen. Daar komt bij dat die instanties niet bevoegd zijn om overtredingen van de Wav te sanctioneren. Die omstandigheden hebben dan ook geen gerechtvaardigd vertrouwen bij eiseres kunnen wekken dat verweerder de bevoegde instantie op het terrein van deze boete van boeteoplegging zou afzien. De rechtbank overweegt dat sprake kan zijn van omstandigheden die op zichzelf staand niet, maar in onderling verband en samenhang eventueel wel zijn aan te merken als omstandigheden op grond waarvan de boete moet worden gematigd. De omstandigheden dat eiseres met behulp van vrijwilligers een sympathiek project met ideële doelstellingen heeft opgezet dat geen uitbuiting beoogt, dat geen winstoogmerk heeft en dat door de gemeente wordt gesubsidieerd, zijn tezamen bezien daarvoor echter te weinig. In de door eiseres gestelde omstandigheden tezamen ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om in dit geval de boete te matigen. Doorslaggevend daarvoor acht de rechtbank dat eiseres uiteindelijk toch in het volle besef dat het gaat om vreemdelingen die geen verblijfsvergunning hebben gekregen, die vreemdelingen activiteiten heeft laten verrichten in het café. Die activiteiten liggen ook naar algemeen maatschappelijke opvattingen zo dicht aan tegen wat men doorgaans als arbeid aanmerkt, dat eiseres zich had moeten realiseren dat zij had moeten navragen of tewerkstellingsvergunningen nodig waren.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
