Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBUTR:2010:BM8006

Rechtbank Utrecht · 16-06-2010 · zaaknummer 200466 / HA ZA 05-1824

Civiel rechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De door de verzekeringsmaatschappij voorgestelde vraag of de arbeidsdeskundige, indien hij arbeidsongeschiktheid aanneemt, kan bepalen of de verzekerde inkomen derft, is gebaseerd op de stelling dat op grond van artikel 3 van de aanvullende voorwaarden (AO-7M) slechts recht op een uitkering bestaat indien er sprake is van inkomensderving als gevolg van arbeidsongeschiktheid. De rechtbank stelt voorop dat volgens artikel 7:925 lid 1 BW een verzekeringsovereenkomst hetzij schadeverzekering, hetzij sommenverzekering is. Uit de wetsgeschiedenis bij artikel 7:925 lid 2 BW kan worden opgemaakt dat arbeidsongeschiktheidsverzekeringen in beginsel strekken tot vergoeding van schade, maar de daarvoor uit te keren vergoeding vooraf in de overeenkomst is vastgelegd, ongeacht of het bedrag door op geld waardeerbare schade wordt gerechtvaardigd en dat daarom in het geval van arbeidsongeschiktheidsverzekeringen sprake is van een sommenverzekering. Voor de beoordeling van onderhavige zaak is van belang wat de betekenis van artikel 3 van de aanvullende voorwaarden is. Bij de uitleg van bepalingen in de verzekeringsovereenkomst komt het aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer op dit punt redelijkerwijs aan deze bepaling mochten toekennen en wat partijen op dit punt redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Artikel 3 van de aanvullende voorwaarden bepaalt dat de verzekering tot doel heeft derving van inkomen als gevolg van arbeidsongeschiktheid te vergoeden. De rechtbank overweegt dat de formulering van artikel 3 de uitkering niet afhankelijk stelt van (de mate van) derving van inkomen nu noch uit de tekst van het artikel noch uit de overige artikelen van de aanvullende voorwaarden blijkt dat een koppeling is aangebracht tussen de uitkering enerzijds en de derving van inkomen, dan wel te lijden schade, door eiseres anderzijds. In artikel 13.1 van de aanvullende voorwaarden is immers de hoogte van de uitkering vastgelegd en afhankelijk gesteld van de mate van arbeidsongeschiktheid en niet van de hoogte van het te derven inkomen of de te lijden schade. De verzekerde hoefde er dan ook, gezien de formulering van artikel 3 en de aanvullende voorwaarden in zijn geheel bekeken, ten tijde van het sluiten van de verzekeringsovereenkomst niet op bedacht te zijn dat uitkering eerst plaats zal vinden als sprake is van derving van inkomen.

Rechters

Advocaten

  • J. van Ravenhorst
  • J.M. van Noort

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.