ECLI:NL:RBUTR:2010:BM6747
Rechtbank Utrecht · 03-06-2010 · zaaknummer 650968 UE VERZ 09-1893 LH 464
Inhoudsindicatie
Werkgeefster verzoekt voor de derde keer om (voorwaardelijke) ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer die zij in november 2007 op staande voet heeft ontslagen, omdat hij zich aan malversaties schuldig zou hebben gemaakt. De twee eerdere ontbindingsverzoeken zijn in 2008 afgewezen. De kantonrechter ontbindt nu de arbeidsovereenkomst (zonder toekenning van een vergoeding), omdat inmiddels in de bodemprocedure tussen partijen bij tussenvonnissen is geoordeeld dat voor het ontslag op staande voet een dringende reden bestond.Dat de werknemer van die tussenvonnissen in hoger beroep is gekomen, doet er niet aan af dat thans voldoende aannemelijk is dat hij zich aan ongeoorloofde handelingen heeft schuldig gemaakt.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verweerder]
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
